Info

Per boot naar de scheldebron

boot

Samengesteld door de heer Karel Hoet. Met dank voor zijn bijdrage

Onze reis gaat naar de bron van de Schelderivier. Als Antwerpenaar droom ik er al van mijn 10 jaar van om dit te doen, al kon ik toen niet vermoeden dat ik de reis met mijn eigen bootje zou maken. Ons bootje is de El Verde, een pittoresk 9 m. spitsgatkottertje

We varen vanuit Temse, onze vaste ligplaats, zover mogelijk de Schelde op en dat tot in Cambrai. Daar gaat het nog enkele kilometers over het Canal de Saint-Quentin tot in Honnecourt –sur-Escaut. De laatste 10 km doen we met de fiets over de weg.

 

Maandag 13 juli 2009 : Temse-Merelbeke

Om 16.05 is het tij gekeerd en varen we af met de stuwkracht van het opkomende tij. We zullen de tijd tot hoogwater nodig hebben om sluis Merelbeke te bereiken. Maar eerst wacht ons het prachtige parcours van de meanderende Schelde. In enkele fiets- en wandelverslagen las ik dat dit stuk, tussen Rupelmonde en Dendermonde, het allermooiste is… nou – dat is wel zo, maar verder op de reis en vanop het water bekeken zal ik dat toch relativeren. Ondertussen is het puur genieten van de schitterende beelden van de weelderige oevers vol zomers groen, of de prachtige kerkjes van Mariekerke, Sint-Amands, Baasrode of Wetteren. De steigers van Sint-Amands en Zele varen we ijskoud voorbij. Bij Dendermonde vragen we ons zoals gewoonlijk weer af of de steiger aan de stadskant (rechteroever) nu wel of niet toegelaten is voor passanten. In het overdadige bochtenwerk dat de Schelde ons hier geeft is het eigenlijk wel spannend om de beroepsvaart niet voor de voeten te lopen. We komen vlot door sluis Merelbeke en om 21 u. liggen we bij Yachting Merelbeke aan de steiger.

 

 

Dinsdag 14 juli 2009 : Merelbeke – Avelgem(Kerkhove)

Om 10.15 varen we uit, steken de Ringvaart over en draaien de Schelde op. Om 11.50 u. komen we bij sluis Asper. De sluiswachter vertelt ons dat ze gemiddeld 45 schepen per dag verzetten. Om 12.07 u. zijn we weer op weg. De Schelde is hier helemaal anders dan het stuk dat we gisteren deden, minder wild misschien, maar nog altijd intens mooi Om 12.30 hebben we zin om te eten en leggen ons in Zingem aan een minuscuul steigertje aan de brug van de 3de Jagers te voet. Ik geloof vast dat we nu in het Paradijs zijn aangekomen. Na het eten gaan we nog een stapje zetten. De mooie Zwalmstreek maakt haar reputatie echt wel waar. Om 14 u. trekken we verder om rond 15 u. sluis Oudenaarde te passeren. Ik meer eerst nog af aan bakboordzijde voor een bezoek aan de historische site van Nederename. De brug van Oudenaarde wordt voor ons opengedaan. Opwaarts Oudenaarde speelt de rivier haar charmes kwijt door de combinatie van kanalisering en industrie, maar na enkel kilometers herstelt zich dit euvel weer en zijn we terug helemaal in onze nopjes. Een beetje later zien we de heuvelen van Kluisbergen en de Vlaamse Ardennen opduiken op de rechteroever. Dat wil zeggen dat we ons doel voor vandaag bereiken : net voor sluis Kerkhove-Berchem draaien we stuurboord een oude arm van de Schelde op waarin jachthaven Kloron zich verschanst heeft. Om 16.45 u. nemen we er een plaatsje aan de bezoekerssteiger.

 

 

Woensdag 15 juli 2009 : Avelgem (Kerkhove) – Doornik

Om 9 u. keren we ons bootje in de smalle havengeul en melden we ons bij sluis Kerkhoven, de laatste Vlaamse sluis. De rivier komt hier de bossen uit het open landschap van West-Vlaanderen/Henegouwen in. We varen nu een hele tijd op de taalgrens. Nu is het weer ongebreideld genieten van de mooie natuur, en de aansluiting van het kanaal Bossuit-Kortrijk aan stuurboord is heel bijzonder. Wanneer we om 10.50 u. aan écluse de Hérinnes komen is het tijd om de taalknop naar het Frans te switchen en ons aan te melden aan het Waalse gewest. Je moet niet betalen voor de Waalse waterwegen maar ze willen wel je traject kennen. Daartoe krijg je een M.E.T. nummer dat je blijft behouden tot … in de eeuwigheid. Terug naar de Schelde. Ze wordt hier weeral een beetje smaller. En het heuvellandschap breidt uit. We krijgen nog sluis Kain en dan moeten we ons melden voor de doorvaart van Doornik. We krijgen onmiddellijk groen licht zodat we enkele minuutjes later de mooie 13de eeuwse Pont des Trous onderdoorvaren. Het is een monument voorzien van traliehekken die de eventuele vijand de doorvaart moest blokkeren, maar wij mogen dit bijzondere bouwwerk ongehinderd voorbij. Een brochure vermeldt een halte nautique aan de linkeroever waar we 24 u. mogen liggen. Die zoeken we op en we meren aan. Het ligt juist aan het einde van de georganiseerde doortocht, vlakbij het stadscentrum. Om 13.45 u. zijn we aangemeerd. Doornik is een erg mooie stad met zeer gevarieerde (oude) bouwstijlen en een mooie kathedraal breton

 

 

Donderdag 16 juli : Doornik – Valenciennes

Om 12.55 u. gooien we de touwen weer los en zetten onze tocht naar de bron verder. We passeren we het jachthaventje van Antoing. Wanneer we een eind verder de afsplitsing van het Canal Nimy-Blaton-Péronnes aan bakboord laten wordt onze Schelde weer een stuk smaller. Bovendien lijkt ze hier ook verlatener. Het hele wateroppervlak is bedekt met kroos. Dat is heel oppervlakkig en dus ongevaarlijk en ronduit prachtig. We dobberen onder bomen door en het lijkt wel of we uit de beschaving gestapt zijn. We varen een tijdje verder in de veronderstelling dat we hier niemand gaan tegenkom en dat we afscheid hebben genomen van het vrachtverkeer. Om 14.15 u. komen we aan de Franse grens. De omgeving is zo mooi dat we de verleiding niet kunnen weerstaan : we leggen de boot vast, hangen de zwemtrap aan en plonsen in het water. Ik maak van de gelegenheid gebruik om schroef en roer te controleren op kroos en wier. Helemaal opgefrist en met goed gemoed steken we om 15 u. de grens over. De mooie natuur is hier de baas ! In Flines-les-Mortagne, waar de Scarpe in de Schelde komt, twijfelen we even of we er niet zouden blijven voor de nacht. Het is hier mooi, er is nog volop tijd voor wandelen of fietsen en het ziet ernaar uit dat we hier kunnen aanmeren. Maar omdat we net nog drie kwartier hebben stilgelegen besluiten we om verder te gaan. Foute beslissing blijkt achteraf. Er dient zich tot Cambrai (!) niks serieus meer aan om aan te leggen en het wordt dus wild kamperen. Van hier tot Valenciennes geeft de kaart bosrijke omgeving aan en dus verwachten we een nog mooier stuk dan we al hadden. Maar dat draait anders uit. Lelijk is het niet, maar voor mij is dit het enige stukje van de rivier dat ik heel voorzichtig toch een beetje saai zou noemen wegens te rechtoe-rechtaan. Ondanks de mooie natuur en de vele schepen die we ontmoeten. De volgende sluis is Fresnes. Nog een half uurtje varen naar écluse de Bruay-sur-l’Escaut waar we weer tussen veel beroepsvaart liggen om even later aan te komen bij de laatste sluis voor vandaag : écluse Folien, nabij Valenciennes . Omdat ik geen enkele aanduiding van meerplaats of haven vindt op de kaart, tenzij vóór de sluis- maar dat ligt vol beroepsvaart daarom leggen ons achter een vrachtschip – kwestie van de veiligheid – net aan het groot station van Valenciennes. Niet de meest schilderachtige plek, maar het is nu 20.30 u. en we hebben het gehad voor vandaag! Ik dacht dat we een tochtje van 4 uren zouden doen, maar dat is wel even anders gelopen. Na de maaltijd trek ik toch nog even de stad in. Op goed geluk vind ik het oude centrum en dat is wel mooi.

 

 

Vrijdag 17 juli 2009 Valenciennes – Cambrai

Een beetje gefrustreerd over het gebrek aan onthaal in Valenciennes varen we af om 9.20 u. Tot Bouchain duurt het voor de rivier haar spannende karakter terug krijgt: zoals gisteren gezegd – wel mooi maar een beetje gekanaliseerd saai. We komen eerst nog bij sluis Trith Saint-Léger. Waar de Fransen al die heiligen blijven uithalen is me nog lang niet duidelijk, maar Saint-Léger heeft allenszins voor een mooie sluis met zowaar bewegende bolders gezorgd ! Er hangt wel sfeer rond dit sas en we hadden gisteren beter tot hier doorgevaren om te overnachten, al is het misschien wel wat verlaten. Nauwelijks 5km verder is er nog de sluis van Denain waar een ‘Relais Fluvial’ is. Dan komen we bij Bouchain en wordt het weer top. Bouchain is misschien ook wel een stop waard, maar we varen toch verder, alsof ik intuïtief weet dat het mooiste van de reis op ons wacht. We komen bij écluse de Pont Malin en als we die uitvaren worden we gegrepen door het mooie uitzicht. Aan stuurboord komt het Canal de la Sensée uit in de Schelde, en dat gaan we afvaren bij de terugreis. Deze monding levert een heel mooi beeld op, zoals dat wel meer gebeurt waar twee waters in mekaar overgaan. Voorbij deze plek wordt de Schelde alweer een pak smaller. Hier kan enkel nog klein vrachtvervoer op, en dat gebeurd dan ook volop. Veel graanhandel langs de rivier. Hier moeten de Gentenaars de eer van de Leie komen verdedigen hoor, want volgens mij steekt de Schelde haar hier de loef af! Het is schilderachtig mooi als je over ’t water kijkt. In een schitterend mooie s-bocht komen er een vrachtbootje tevoorschijn. Even later waarschuwt hij me via de marifoon dat ik absoluut mijn mast moet neerleggen, want even verderop zijn er erg lage bruggen. We komen nu al dicht bij ons doel, maar we hebben wel nog 19 sluizen te gaan, waarvan nog 5 vandaag. Met veel indrukwekkend gekronkel varen we verder. Ik ben erg op mijn hoede voor tegemoedkomend verkeer, want al die bochtjes mogen dan wel mooi zijn, veel uitzicht op tegenliggers geven ze niet ! Ik heb al eens op marifoon naar afvarend verkeer gepolst maar geen reactie gekregen – geen nieuws goed nieuws moet je dan maar denken. Voor de volgende bocht staat er een bord dat ik niet ken : een wit bord met zwarte rand en in zwarte letters ‘signal’ erop. Het lijkt me duidelijk : de waterwegbeheerder is zo verstandig om een seintje te eisen voor de bochten om aanvaring te vermijden. Ik volg de aanwijzing prompt op en laat de toeter schallen. Achter de bocht verschijnt er echter geen verkeer in de afvaart, wel de eerste sluis : Iwuy. De kaart geeft hier geen VHF kanaal om ze op te roepen (wel een telefoonnummer) en er staat ook geen bord. Ik zie niemand in het wachtershuisje maar toch zwaaien de sluisdeuren voor ons open. In deze sprookjesachtige omgeving is dat dubbel indrukwekkend en we vragen ons af of dit de Franse versie van de Efteling is. We varen binnen en wachten af. Dan valt me een bord op dat aangeeft dat we ons moeten melden via de parlofoon. Het Eftelinggevoel stijgt met 10 punten wanneer ik de knop van de grote oranje praatpaal induw. De fee die me verwelkomt heeft een vriendelijke mannenstem, wat me gelijk weer op Aarde neerzet. Wie we zijn, en waar we naartoe varen wil mijnheer-de-fee graag weten. En dat hij nu op een knop drukt en als het goed is valt er nu in de schuif aan mijn linkerzijde een zwart bakje. Helderziend is de goede man want er komt inderdaad een zwart bakje ingedonderd. En of ik eens kan kijken of ik de twee toetsen zie : een blauwe met het woord ‘avalant’ eronder en een groene met het woord ‘montant’. Zolang ik opvarend ben (dus naar de bron toe) moet ik de groene knop gebruiken om de volgende sluizen te openen, en in de afvaart, bij het terug komen, de blauwe knop. En drukken moeten we doen telkens we voor de volgende sluis komen bij het bord ‘signal’. (niks te toeteren dus, de sluis openen, daarvoor dient dat mysterieuze bord !) En of ik in de sluis die twee ijzeren staven opmerk : een groene en een rode. Wanneer we dan binnengevaren zijn en vast liggen kunnen we de groene staaf omhoog duwen en dan gaat het versassen van start. De rode staaf is enkel voor noodgevallen. Dan wenst hij me een prettige reis en ze zien ons wel aan de sluis in Crèvecoeur want daar zitten ze. Het systeem werkt perfect eens we het goed door hebben. Na pakweg 10 minuutjes zijn we al weer bij de volgende sluis – écluse de Thun-l’Evêque- en het loopt gesmeerd. We kunnen niet sneller bediend worden… denken we. Nog een beetje verder komen we bij de sluis van Escaudoeuvres. Na de volgende 2 sluizen arriveren we op onze bestemming van vandaag : Cambrai. We varen aan stuurboord het jachthaventje binnen en zoeken ons plaatsje. Het is hier een ‘Base Fluviale ‘ en we zijn benieuwd wat dat dan wel mag inhouden. We meren aan achter de Vedantee, wiens schipper ons komt helpen met de landvasten. Rond 18.30 liggen we vast en ga ik me aanmelden bij de havenmeester. Cambrai is een gezellig provinciestadje waar net wordt gevierd dat Louis Blériot, misschien wel hun bekendste inwoner, net 100 jaar geleden als eerste een geslaagde overtocht van het Kanaal per vliegtuig maakte. We willen de uitgebreide tijdelijke Blériottentoonstelling zien op het stadhuis. Maar ook de grote kerk Saint-Géry, waar een authentieke Rubens hangt, trekt terecht onze aandacht, naast de vele straatjes waar het gewoon prettig kuieren is en waar de sfeer nog niet ten prooi gevallen is aan globalisering. Aan de rand van de stad ontdekken we ook de splitsing van de Schelde en het Canal de Saint-Quentain. We zijn er daarstraks argeloos voorbijgevaren, zo onopvallend is het. Vanaf hier is de Schelde niet meer bevaarbaar. Ze kronkelt zich als grote beek onder en door de stad en bij ’t binnenkomen van de stad staat er trouwens een middeleeuwse poort overheen gebouwd opdat er toch maar geen ongewenst bezoek via het riviertje zou kunnen binnensluipen.

 

 

Zondag 19 juli 2009 : Cambrai – Honnecourt – Gouy : op naar de bron !

We draaien het Canal de Saint-Quentin op met bestemming Honnecourt. 14 sluizen op slechts 18 km hebben we voor de boeg. Maar dit kanaal is zo pittoresk dat je ’t niet mag missen. In het zonovergoten groen passeert het ene na het ander sluisje onder onze kiel en het is geweldig om dat allemaal zelf te doen. Ik houd de stand van zaken bij op een kaartje dat de havenmeester van Cambrai me gaf, want anders zou ik de tel van de sluisjes verliezen. Ondertussen hebben we al gemerkt dat de we de Schelde nog verschillende keren tegenkomen. Ze kronkelt als een slang rond dit kanaal en aan sommige sluisjes zien we dat we door een aquaductje varen die over het Scheldebeekje gaat. Best bijzonder ! Aan de tiende sluis, dat is de sluis van Crèvecoeur, zit inderdaad een sluiswachter ons op te wachten. We worden dus bediend en de man noteert ook de naam van onze boot en onze bestemming. De man toont veel belangstelling als hij hoort dat we naar de Scheldebron onderweg zijn. Hij geeft ons direct al verschillende tips om er zo kort mogelijk bij te komen en we besluiten dat ons plan om in Honnecourt aan te leggen nog zo slecht niet is. Om 15.50 liggen we vast beneden sluis Honnecourt. Dit staat aangegeven als Halte Nautique, dat wil zeggen dat er bolders zijn om je aan vast te maken, dat er in het dorp een bakker is en drinkwater. Vandaag houden we het bij een fikse wandeling om dorp en omgeving te verkennen : het licht glooiend landschap bevalt ons zeer, de rust in dit kleine dorp nog meer. Hoewel als toeristische stop aangeduid is het een stille plek : een residentieel dorp met veel akkerbouw waar verschillende wandelingen en fietsroutes passeren

 

 

Maandag 20 juli 2009 : Honnecourt –Gouy per fiets, Honnecourt – Cambrai per boot

In het ochtendgloren zitten we op onze fietsen voor het laatste stukje naar ons reisdoel. De route is heel simpel : Vanuit Honnecourt volgen we de wegwijzer ‘Vendhuile’. Die wegwijzer kunnen we al vanop de boot zien want hij staat bij de brug over het kanaal. Een tripje van 4 km voornamelijk klimmen brengt ons bij de wegwijzer naar Le Catelet. Wordt vervolgd met 3km klimmen en dalen. Allemaal départemantals, dus rustige asfaltwegen. Dan eventjes rechts een national op, hier is het wel even even uitkijken voor snel voorbijrazende vrachtwagens. Maar dat stukje duurt maar even, want bij ’t binnenkomen van Le Catelet staat al een wegwijzer die ons links naar Gouy- slechts 1 km- stuurt. Gouy ligt op een helling, maar wij rijden niet het dorp in maar blijven aan de voet van de helling verder rijden op de baan, na 2 km rijden we voorbij de ‘Relais du Source de l’Escaut’ en 500 m verder links staat de wegwijzer naar de bron zelf. Een grindwegeltje brengt ons naar de oase … en de bron. Het is wérkelijk een oase, we genieten van de schaduw van het bos terwijl we toekijken hoe het Scheldewater uit een heuvel vloeit en al van bij het begin een stevige beek vormt. Kloosterlingen uit een ver verleden hebben een kommetje gebouwd om de bron helder en ordentelijk te houden. Dat geeft haar inderdaad een mooi gezicht. Een smal stenen trapje brengt je tot in het water. Gegroet Schelde ! Ik heb al zovele dankbare uren op je wateren gevaren en ben blij je tevoorschijn komen te mogen aanschouwen. Dit is een plek die door zijn stilte weer ruimte maakt voor diep gepeins. Hier neemt de kracht van aarde, vers water en frisse lucht je helemaal mee naar een voedende vervulling. Heerlijk. Dan stappen we een smal padje achter de bron op dat leidt naar de bovengelegen akker. We zetten ons daar ook even neer, want hier onder ons verzamelt zich dus het water uit verschillende aders dat samen de bron vormt. Het is hier echt heerlijk. We lopen nog even langs de rand van de akker en kijken van bovenuit op de jonge Scheldeloop beneden ons. We gaan weer naar beneden en volgen het brede wandelpad onder de bomen door langsheen de linkeroever van de beek. Een dikke 200 km doorstappen en je bent op ’t strand van Sint-Anneke… Van hieruit zie je ook de hogergelegen oude machtige boerderij met terras en veranda van het Relais. Daarna springen we terug op onze fietsen richting Gouy. In het plaatselijke piepkleine winkeltje, waar maar nauwelijks de basisproducten te vinden zijn, slaan we nog wat voorraad in. We rijden op een ander manier terug. Via Le Catelet naar Vendhuile, maar daar slaan we niet rechtsaf de weg op naar Honnecourt, maar gaan rechtdoor het dorp in. Over de brug van het kanaal nemen we het jaagpad : veel makkelijker omdat het plat is. We hadden net zo goed met de boot tot hier kunnen varen. Het is minstens even mooi.

 

Voor wie ’t na ons wil doen : 2 sluisjes verder en voor de eerste brug blijven liggen. Om 12.55 u. varen we weer af, retour naar Cambrai, waar we na een vlotte vaart om 18.10 weer aanmeren. In de afvaart zijn de sluisjes veel gemakkelijker. De waterturbulenties van het uitstromende water hebben we nu immers bij het uitvaren van de kolk, en dat scheelt heel wat in vaargemak !

Partners

Cera otm a12 pincodingkmoinsider